zaterdag 8 november 2014

Twinkelende belletjes

Het is druk op de weg, er staat een lange file. David trommelt ongeduldig met zijn vingers op het stuur. Hij is vertegenwoordiger van zonneschermen en heeft net een goede deal gesloten. Morgen moet hij nog naar het hoofdkantoor om de deal te bespreken met zijn baas en daarna heeft hij lekker vakantie. Hij kan niet wachten tot hij thuis is!


David kijkt naar de rij auto’s voor hem. Er zit nog steeds geen beweging in. Naast hem is een onbekende afslag. Hij kan hier de snelweg afgaan en dan via de binnenwegen naar huis rijden. Hij zal dan wel langer onderweg zijn maar staat nu al een half uur stil. David kijkt achterom, de rij achter hem wordt steeds langer. Met een ruk draait hij zijn stuur om en rijdt de afslag op. Achter hem schuift de rij langzaam dicht.
Aan het eind van de afslag komt hij op een bosweg. Het is een smalle weg met aan weerszijden grote bomen. David kijkt het bos in, het is zo dicht dat je niet ver kunt kijken. David trapt nog wat harder op het gaspedaal en de auto zoeft over de weg. Er is geen ander verkeer en David kan lekker doorrijden. Hij zet de radio nog wat harder en zingt met de liedjes mee.

De weg wordt steeds slechter, er is zo te zien al een tijdje geen onderhoud geweest. De weg heeft flinke gaten en het asfalt is op sommige plekken helemaal weg gesleten. David vermindert zijn snelheid en probeert om de gaten heen te rijden. Het bos wordt ook steeds dichter en de weg smaller. David kijkt achterom, moet hij niet omkeren voordat de weg nog slechter wordt? Hij kijkt weer voor zich en plotseling begint de auto te sputteren. Met moeite kan David de wagen nog op de weg houden. Met een plof en een rookwolk komt de wagen tot stilstand. “Verdomme”, vloekt David terwijl hij een klap op het stuur geeft. Hij laat zijn hoofd tegen de hoofdsteun leunen. Daar staat hij nou, midden in het bos. David stapt uit en kijkt naar de auto. De motorkap is warm en er kringelt nog wat rook omhoog. Boos schopt hij tegen de achterband. Hij pakt zijn mobiel om de wegenwacht te bellen en ziet dat hij geen bereik heeft. “Ook dat nog”, mompelt hij geërgerd. Hij pakt zijn jasje van de achterbank en doet de auto op slot. De bliepjes van de beveiliging klinken hard en schel door het stille bos. Langzaam loopt hij langs de kant van de weg richting snelweg. Hopelijk heeft hij daar meer bereik.

Het is nu erg donker en voorzichtig loopt David om de grote kuilen in de weg. Hij is nog steeds niemand tegen gekomen. In stilte vervloekt hij zichzelf dat hij ooit de snelweg heeft verlaten. Opeens hoort hij een geluid, het lijkt op twinkelende belletjes. Voor hem in het bos schijnt een lichtje dat dichterbij komt. Verbaasd kijkt David naar het lichtje. Langzaam loopt hij verder, tussen de bomen verschijnt een smal paadje. Een mooie vrouw in een spijkerbroek en witte bloes loopt met een lantaarn op hem toe. “ Hallo, ik zag je stoppen en niet meer doorrijden. Heb je autopech?” vraagt de vrouw. Met open mond gaapt hij haar aan. Dit is wel het laatste wat hij verwachtte. “Uhm, ja mijn auto stopte er ineens mee en mijn mobiel doet het hier niet.” De vrouw lacht, het klinkt als twinkelende belletjes. “Ja, het bos is hier zo dicht,” zegt ze terwijl ze omhoog kijkt, “je kunt bij mij thuis de wegenwacht wel bellen.” Met een glimlach steekt ze haar hand uit. “Ik ben Marinda, ik woon hier even verderop.” 
David lacht terug. “Ik ben David.” Haar hand voelt klein en zacht. Marinda draait zich om en wijst het bos in. “Als we dit paadje volgen komen we bij mijn huis. Blijf dicht bij me want het is erg donker in het bos.” Voorzichtig loopt hij achter haar het bos in. Als hij omkijkt, ziet hij de weg al niet meer. Het bos om hem heen is donker en stil. Hij kijkt weer naar Marinda, ze heeft een slank postuur en lang blond haar dat in golven over haar rug valt. Ze kijkt naar hem om, “Kun je me bijhouden?” David knikt met een blos op zijn wangen, zou ze gemerkt hebben dat hij naar haar keek? 

Na een korte wandeling komen ze op een open plek in het bos. David kijkt om zich heen, er is geen huis te zien. Marinda lacht en kijkt hem aan. Langzaam loopt ze op hem toe. Er klinken weer belletjes. Verward kijkt David haar aan. “Zeg David, vind je mij mooi?” Beduusd knikt hij. “Zou je me willen kussen?” vraagt ze. “Natuurlijk wil ik dat,” zegt hij, “je bent echt de mooiste vrouw die ik ooit gezien heb.” Lachend gooit ze haar hoofd naar achter. “Laten we maar opschieten en doorlopen, we zijn er bijna.” Ze draait zich om en loopt weer verder. David schudt zijn hoofd en volgt haar langzaam. Voorzichtig lopen ze verder op het smalle paadje, in de verte ziet hij een lichtje schijnen.  “Als je de wegenwacht hebt gebeld, breng ik je terug naar de weg. Alleen kun je nooit de weg terug vinden.”
“Heb je misschien een kopje koffie voor me?” vraagt David. Hij wil niet weg voordat hij haar gekust heeft en zoekt een mogelijkheid om langer te blijven. Miranda draait zich om. “ Sorry, ik heb geen koffie in huis.” “Een glaasje water dan?”  Ze kijkt hem lang aan. “ Ik denk niet dat, dat een goed idee is.” 
David wordt boos, daarnet was ze nog met hem aan het flirten en nu moet hij bedelen om een glaasje water. Snel loopt hij naar haar toe, pakt haar vast en geeft haar een kus. Haar lippen smaken zoet, naar vroeg voorjaarsfruit. Verstijfd staat ze voor hem, langzaam voelt hij haar ontspannen. Ze sluit haar ogen en beantwoord zijn kus. David sluit zijn ogen en voelt zich wegzweven, in de verte hoort hij twinkelende belletjes. Langzaam zakt hij door zijn benen, verschrikt doet hij zijn ogen open. De mooie vrouw die hij zo graag wilde kussen is er niet meer. Hij valt op zijn knieën en kijkt om zich heen, hij is helemaal alleen in het donkere bos. Zijn lichaam voelt verdoofd, hij probeert te gaan staan en zoekt steun bij de bomen maar zijn armen hebben geen kracht meer. Het bos begint te draaien, duizelig en verward valt David op de grond en verliest het bewustzijn.

De zon komt op boven het bos. Haar stralen glinsteren in de dauwdruppels die op de bladeren liggen. Langzaam glijdt een druppel naar de rand van het blad. Steeds sneller valt hij naar beneden, tot hij met een zacht plonsje in het grauwe oog van David valt. Als een traan glijdt de druppel langs zijn wang. Diep in het bos klinkt een lach als twinkelende belletjes …


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen