maandag 8 september 2014

Het appartement

Opgewekt fietst Ellen door de straten van Amsterdam. Het is haar, na een jaar zoeken, gelukt een appartementje te vinden in de grachtengordel. Het zijn de bovenste twee verdiepingen van een groot oud grachtenpand aan de Herengracht. Ze zet haar fiets vast aan het hekje voor het huis, pakt de mand met boodschappen van het stuur en klimt het trappetje op. Bij de drie deurbellen, die aan de zijkant van de deur op een bord zitten, staat bij de onderste bel haar naam. Glimlachend steekt ze de sleutel in het slot en loopt de zes trappen naar haar verdieping op.
Haar appartement is verdeeld over de derde en vierde etage van het huis. Helemaal beneden, op de begane grond, woont de hospita en op de verdieping onder haar woont een jonge zakenman. Ze heeft van de hospita gehoord dat hij vaak in het buitenland verblijft.


Licht hijgend staat ze op haar verdieping, de deur naar haar appartement gaat piepend open. Ze moet niet vergeten een drupje olie in de scharnieren te doen. De hospita heeft gezegd dat het appartement al een tijdje leeg staat. De vorige bewoner heeft een naar ongeluk gehad en heeft, na zijn vertrek, al zijn meubels achtergelaten. Ellen moet zelf maar kijken of ze de spullen houdt of weg doet. Ze hoopt dat er nog iets bruikbaars tussen zit. Dat zou haar wel goed uitkomen. Ze is nog maar net klaar met haar studie en werkt voor een uitzendbureau. Maandag gaat ze beginnen als persoonlijk secretaresse van een advocaat in de buurt en heeft haar spaargeld gebruikt om de huur voor deze maand te betalen. Ze heeft nog maar net geld genoeg om deze maand rond te komen.

Ze loopt het smalle gangetje door. Links is de steile trap met een dieprode loper die met koperen roedes aan de trap bevestigd is. Op de tweede verdieping van het appartement bevinden zich de twee slaapkamers en een badkamer. Rechts van haar is de deur naar de ruime woonkamer en aan het eind van het gangetje de keuken. Alles is in een vage mosgroene kleur geschilderd. Langzaam loopt Ellen de woonkamer in, de groenfluwelen gordijnen zijn gesloten, voorzichtig trekt ze deze open. Een grote stofwolk dwarrelt naar beneden. Hoestend en niesend draait ze zich om en kijkt de kamer rond. Er staat een bankje, twee grote fauteuils en een klein koffietafeltje. Langs de ene wand staan twee grote boekenkasten en tegen de andere wand een dressoir. Midden in de woonkamer staan haar twee koffers die ze vanochtend heeft laten bezorgen. De meubels zien er goed uit, ze slaat een zucht van verlichting. Morgen alles lekker schoonmaken en goed door laten luchten om de enigszins muffe geur te verdrijven, misschien heeft ze ook nog wat geld om de woonkamer een likje verf te geven. Vrolijk fluitend loopt ze naar de keuken om een kopje thee te zetten.
De keuken is in dezelfde saaie mosgroene kleur geschilderd. Ellen zet haar mand op de tafel en doet wat water in de fluitketel. Ze bedenkt zich dat het wel lekker is om een bad te nemen, ze besluit haar koffers naar boven te brengen en het bad alvast vol te laten lopen. Ondertussen kan het water voor de thee koken.

Ze loopt terug naar de woonkamer, pakt haar koffers en loopt de trap op. Op de overloop staat een klein kastje met een schilderijtje van Amsterdam erboven. Hierboven zit op het plafond een grote vochtvlek. Ze loopt de grote slaapkamer in. De hospita heeft schone lakens op het bed gedaan en uitnodigend opengeslagen. De grote ramen staan op een kiertje en een fris briesje waait de kamer in. Ellen zet haar koffer voor de grote kledingkast en loopt door de verbindingsdeur naar de badkamer.
Op de overloop schuift de vochtvlek langzaam naar beneden. In het huis is ook een zacht gegrinnik te horen. Ellen draait zich om in de badkamer, ze dacht iets te horen maar het zal de wind wel zijn geweest. Ze voelt of de temperatuur goed is en draait de koperen kranen boven het bad dicht. Dan loopt ze via de slaapkamer weer naar beneden en hoort het gefluit van de ketel. Dat hoorde ze dus!

Ze huppelt de trap af en maakt snel een kop thee. Uit de boodschappenmand pakt ze een grote fles badschuim en loopt naar boven. Even denkt ze dat de vochtvlek groter is geworden. Daar moet ze morgen naar kijken, hopelijk is het geen lekkage.
Langzaam laat ze zich in het bad glijden. Het water is lekker warm en het badschuim geurt om haar heen. Ze pakt een spons en wrijft haar armen in met grote vlokken schuim. Ze laat haar hoofd tegen de badrand leunen en sluit haar ogen. Opeens schrikt ze op, ze hoorde toch iets? Voorzichtig stapt ze uit bad en slaat een handdoek om zich heen. Ze loopt naar de deur en glijdt uit over een plas water die zich op de badkamervloer heeft gevormd en valt met haar hoofd op de wasbak. Versuft blijft ze even op de vloer liggen. Als ze opkrabbelt en in de spiegel kijkt ziet ze een grote snee in haar voorhoofd. Zachtjes raakt ze de snee aan en krimpt ineen van de pijn. Ze heeft beneden in de keuken een verbanddoos gezien en loopt voorzichtig om de plas heen naar de overloop. Weer denkt ze iets te horen en bedenkt ineens dat de ramen in de slaapkamer open staan en besluit deze eerst dicht te doen. Ellen loopt de slaapkamer in, en trek de ramen dicht. Als ze zich omdraait ziet ze op de overloop een schaduw bewegen. Ze trekt haar badjas aan en loopt zachtjes naar de overloop. Als ze om de deurpost heen gluurt, ziet ze niets. De gang is leeg. Ze zucht, ze moet niet zulke rare dingen in haar hoofd halen. Wie kan hier nu binnen zijn? Hoofdschuddend loopt ze naar de trap, een fikse pijnscheut schiet door haar hoofd.

Achter haar beweegt de vlek op de muur in haar richting. Ze pakt de leuning van de trap en ziet in haar ooghoek weer iets bewegen. Ze draait zicht om en ziet de grote vochtvlek snel via de muur haar kant opkomen. Ze gilt en rent de trap af. Halverwege de trap struikelt ze over een losgeraakte traproede en valt naar beneden. Ze klapt met haar hoofd tegen de massief houten knop van de leuning. Er klinkt een luid gekraak.
Onderaan de trap ligt Ellen met haar nek in een vreemde hoek. Ze ademt niet meer en uit haar oor loopt een stroompje bloed. De vochtvlek trekt zich terug boven het kastje.


De volgende ochtend staat er op de Herengracht een politieauto en een ambulance voor het grote pand. In het gangetje van Ellens appartement staat een rechercheur met de hospita te praten. ‘Dit is al het derde ongeluk in anderhalf jaar tijd’, zucht de vermoeide rechercheur. De hospita knikt en kijkt naar het lichaam van Ellen dat onderaan de trap ligt. Alle traproedes zitten netjes op hun plek. Met een glimlach kijkt de hospita omhoog, de vochtplek zit weer op het plafond.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen